Ik was als kind vaak ziek.
Dat is iets wat ik pas veel later echt ben beginnen begrijpen. Als je kind bent, is dat gewoon je normaal. Je weet niet beter. Je bent “diegene die soms eens buikpijn heeft” of “die wat vaker thuis moet blijven”. Je stelt daar geen grote vragen bij.
In de lagere school was ik iemand die heel moeilijk naar het toilet ging. Dat was gewoon mijn normaal. Ik dacht daar niet bij na, ook al was het achteraf misschien al een eerste teken dat mijn darmen niet deden wat ze moesten doen. Maar dat blijft natuurlijk iets wat ik niet met zekerheid kan zeggen. het is eerder een gevoel achteraf, geen vaststaand feit.
Eigenlijk had ik altijd al een gevoeligheid rond mijn buik en darmen. Als ik ziek was, zat het bijna altijd daar. Niet in mijn keel, niet in mijn longen, maar altijd in mijn buik. Het werd iets dat bij mij hoorde, zonder dat ik er ooit echt bij stilstond.
Ik was wat je zou kunnen noemen een moeilijke “kakker”. Als kind ging ik vaak maar één keer per week naar het groot toilet. En zelfs dat voelde normaal. Je hebt geen andere referentie, dus je denkt niet dat het anders zou moeten zijn.
School, vrienden, huiswerk… je bent bezig met gewoon kind zijn, niet met nadenken over wat er in je buik gebeurt. we stonden er niet bij stil, iedereen is wel eens ziek.
In het middelbaar veranderde dat niet meteen. Ik groeide op, werd ouder, maar mijn buik bleef iets waar ik af en toe last van had zonder dat het echt een duidelijke naam kreeg. Soms waren er dagen waarop ik me gewoon niet goed voelde. Buikpijn, ongemak, momenten die je even uit balans brachten, maar die telkens weer verdwenen.
Ik herinner me nog in het St. Jozef in Borsbeek. Het was een gewone schooldag tot ik me in de loop van de dag plots slechter begon te voelen. Mijn buik draaide, ik werd misselijk en ik wist: dit gaat niet meer goed komen.
Ik mocht naar het ziekenkamertje. Zo’n kleine, stille ruimte met een bed en een stoel. Op dat moment voelde dat bijna als rust. Even niet moeten deelnemen aan de les.
Ik lag daar en hoopte gewoon dat het snel voorbij zou zijn.
Toen mijn mama me kwam ophalen, leek het alsof de dag weer “normaal” zou eindigen. We stopten nog even bij de apotheek, iets dat op zich heel gewoon voelde.
Maar net op dat soort momenten gebeurt het dan.
Plots voelde ik dat het niet meer te houden was.
Ik moest dringend naar het toilet. En gelukkig kon ik nog op tijd gaan. Maar wat er toen gebeurde, was niet iets dat ik nog kon wegwuiven of minimaliseren.
Lopende diarree.
Op dat moment probeer je dat nog weg te steken in je hoofd. Je denkt: buikgriep, iets verkeerd gegeten, een tijdelijke infectie. En inderdaad, dat was ook vaak wat de dokter later zei. Buikgriep. Iets tijdelijks. Rust nemen en het zou wel beteren.
En zo ging het telkens opnieuw.
Een bezoek aan de dokter. Een verklaring. Een korte opluchting. En daarna weer verder met het gewone leven.
Ondertussen speelde er nog iets anders mee in mijn achterhoofd. Mijn nonkel had de ziekte van Crohn. En bij hem was het uiteindelijk nog veel verder geëscaleerd. Hij kreeg ook darmkanker en is in 2019 overleden aan de gevolgen daarvan.
Dat maakte alles nog moeilijker te plaatsen. Want je hoort “darmziekte” en je denkt niet alleen aan je zus, maar ook aan wat je in je familie al hebt gezien. Het gaf een soort stille angst, ook al sprak niemand die echt hardop uit.
Op een gegeven moment waren Lien, mijn zus, en ik alleen thuis.
Het was een gewone avond, zonder enige waarschuwing dat er iets zou gebeuren. Tot ik naar het toilet ging en het zag.
Bloed.
Voor een paar seconden bleef ik gewoon staan. Alsof mijn hoofd nog niet wilde toelaten wat mijn ogen al hadden gezien.
En dan riep ik Lien.
Zij kwam kijken en wist meteen waar het over ging. Zij had zelf Colitis ulcerosa, dus voor haar was er geen twijfel, geen afwachten, geen “misschien is het iets kleins”.
Ze zei dat ik een afspraak moest maken bij een specialist.
Zo simpel. Zo definitief.
We dachten zelfs even aan een melkallergie. Ik had als baby een melkallergie. Misschien lag het daaraan. Misschien was het iets eenvoudigs dat we konden vermijden en dat het probleem dan opgelost zou zijn. Er werden testen gedaan in Ku Leuven. Maar het was uiteindelijk toch geen melkallergie.
Na een coloscopie wisten ze het.
Daar kwam het verdict.
Je hebt hetzelfde als Lien. Ook colitis ulcerosa.
Die zin bleef even hangen. Er kwam nog geen besef wat de dokter juist vertelde.
Een diagnose. Een naam. Een verklaring voor dat bloed in het toilet.
Het voelde eerder alsof er plots een nieuwe realiteit begon. Eén waar ik nog geen handleiding voor had.
Ik dacht dat het ook wel zou meevallen, zoals bij haar. Dat het misschien een moeilijke periode zou zijn, maar dat er daarna weer rust zou komen. Dat ik medicatie krijg, het onder controle krijgt, en dan gewoon verder kan met je leven.
Nooit heb ik op dat moment gedacht dat ik zes jaar zou sukkelen met mijn darmen. Dat het geen korte fase zou zijn, maar iets dat mijn leven veel langer zou beïnvloeden dan ik toen kon begrijpen.
